Mamma Mia
Ha JAN,
Hoop natuurlijk dat je klotsende oksels en plakkende billen inmiddels verleden tijd zijn en je rustig aan je Azuurblauwe lievelingskust vertoeft.
Boeiend dat je net onderweg aan je familie moet denken. En frappant: de family-ties knellen jou net zoals de safety-belts………
Ja familie JAN. “Breek me de bek niet open”, had ik tot pakembeet 2001 geroepen. De laatste jaren is er veel veranderd………
Over mijn schoonfamilies kan ik ook kort zijn. Die waren er nauwelijks of het is al heel lang geleden.
Nee, maar dan MIJN familie. Poehee. Ik had zo’n moeder-moeder. Om niet te zeggen een moeder-loeder. Een combinatie van Stepahnie Forrester en de sterke moederrollen die Kitty Courbois placht te spelen. De grote familie-regisseur. Natuurlijk was ik pleite toen ik 18 was. En eigenlijk vond moedertjelief dat wel geinig ook. “Kom ik jou lekker lastig vallen op je kamer” zei ze dan.
Mijn vader had haar lief, stond achter haar en deelde veel van haar meningen ook wel daadwerkelijk. Ik bespaar je de details, maar wij waren een bont gezin. Met een beetje lief en een behoorlijke dosis leed. Maar daarover wel een andere maal. Mijn broer was noodgedwongen volgzamer dan ik. Mijn ouders hebben lang, veel te lang willen discusseren en regisseren met me. Uiteindelijk vonden ze me geweldig, maar dat lieten ze nooit aan mij merken. Dat hoorde ik dan van anderen. Wanneer die ook maar 1 opmerking probeerden te maken over mij, of mijn kind, of mijn hond of mijn huis of wat dan ook: dan hadden ZIJ pas herrie met mijn moeder. En met mijn vader er dus bij.
Toen ik me er allang bij neergelegd had dat dit wel nooit zo veranderen, waren ze oud. Van de ene op de andere dag, leek het welhaast. Ik had er nooit over na gedacht en opeens moest ik voor ze zorgen. Het enige dat ik geroepen heb was: “Pap, mam: ik kan het alleen op MIJN manier hoor.” Dat vonden ze goed. En eigenlijk vonden ze vanaf dat moment alles goed en fijn wat ik deed. Heel vervreemdend.
En zo heb ik dus de laatste jaren van mijn vaders leven veel voor hem gezorgd. Veel met hem gepraat en besproken. Ik zeg de laatste jaren, want hij is al 2 jaar dood. En mijn moeder is ‘niet meer van deze wereld’, zoals je zware dementie eufemistisch kunt uitdrukken. Daarom schrijf ik over haar ook “Ik HAD zo’n moeder.” Voor haar doe ik alles wat ik kan. En met mijn broer heb ik ook nog nooit zo’n goed contact gehad.
Vroeger als de generaal, zoals we ‘ons mam’ ook wel noemden soms haar zin weer eens niet kreeg, chanteerde ze: ‘Wacht maar tot je ouders dood zijn. Dan zul je hier nog weleens aan terugdenken!” Wat een rotstreek he?
Maar wel waar. Pappie dood, mammie geestelijk dood. Soms sta ik voor de foto waar ze jong en mooi en hip en sterk opstaan in de 60′er jaren en dan roep ik: ”Ik begrijp jullie wel hoor. Ik doe het zelf heel anders, maar weet dat jullie het op jullie wijze ook uit liefde deden.”
Nu betrap ik me erop dat als ik een paar dagen niet bij mijn oude moeder in het verpleeghuis ben geweest dat ik haar mis. “Goh, het is wel zwaar voor je dat je zo vaak heen en weer moet”, zegt mijn omgeving. Maar dat is niet zo. Ik merk dat ik niet voor HAAR ga. Vaak ga ik voor mezelf. Ik word blij van Mamma Mia.
Ik hoop niet dat jij snel in die situatie komt. Mijn ouders waren laat met kinderen krijgen, dus vandaar dat leeftijdsverschil en die generatiekloof. Maar JAN: verzoen je ermee en deal ermee. Ik weet zeker dat je er ooit nog eens achter komt dat ~los van eigen kids~ niks zo dicht bij je hart zit als je familie. Daarom irriteren ze juist vaak zo.
DIRK





